Echt zoiets waarvan je achteraf zegt: “Goh.”
Vrul Odalak en Biff Jones waren elkaar wereldvreemd. De een droeg sandalen, terwijl de ander nette zwarte schoenen droeg. Vrul wist veel van dieren en Biff veel van aandelen. Vrul had net een hert gedood en Biff had net een snoek in de prak gereden. Eerstgenoemde had nog nooit een televisie gezien, terwijl de tweede er drie had. Vrul kon met behulp van de poolster het noorden vinden, terwijl Biff daar een GPS voor had. Vrul was 49, Biff was 24. Vrul was zijn bos kwijt en al Biffs kozijnen waren van het beste hardhout. Vrul had moeite om zijn belastingaangiftes te doen, terwijl Biff niet zo goed met meisjes om kon gaan. Maar ze hadden ook enkele treffende overeenkomsten: ze bevonden zich in een oud pakhuis in Bunnik, de politie was naar hen op zoek, ze waren vastgebonden en ze waren momenteel gegijzeld door de bende van Pandar Koerk.
“Ik hoop voor jullie dat ze betalen,” lachte een bewaker alsof hij daar urenlang op geoefend had, en ging een boek lezen. Vrul en Biff waren het roerend met hem eens, maar lieten dat op geen enkele manier merken. De drie waren op het moment de enigen in het pand.
Vrul keek om zich heen, op zoek naar een uitvlucht. Ze zaten op drie hoog, dus ze konden onmogelijk door het raam springen… En er was geen enkel scherp voorwerp in de kamer. Dan maar magie. Altijd handig om dat te kunnen. Maar niemand mocht het verder weten, want de god Zaffi-Zaffi had strikte geheimhouding van de kunsten der Rubakai bevolen, en dan weet je het wel. Die man met zijn rare pak moest ook maar dood. Vrul was absoluut tegen zinloos moorden, dus hier zag hij geen probleem in. Hij had alleen een probleem: hij had zijn handen nodig om kracht van Zaffi-Zaffi te kunnen ontvangen.
Biff keek ook om zich heen en zag het pistool van de bewaker liggen, met daarnaast de bewaker, die zichzelf wegens privacyredenen onherkenbaar had gemaakt en alleen de waarneembare eigenschappen ‘man’, ‘tussen de 25 en de 45 jaar oud’, ‘ongeveer 1,75 meter lang’, ‘zwarte kleding en bivakmuts dragend’, ‘zonder buitenlands accent sprekend’, ‘stinkend’ en ‘een boek over etiquette in Zambia lezend’ bezat. Links van Biff zat een rare snuiter al minutenlang met zijn handen te friemelen, en Biff begon zich af te vragen of die allochtoon wel goed bij zijn hoofd was. Hij besloot Vrul te negeren en hij pakte langzaam zijn Zwitsers zakmes uit zijn broekzak. De bewaker las fanatiek verder.
Na een half uur in zijn touw gesneden te hebben, was Biff los. Hij rende naar het pistool toe, zag de bewaker plotsklaps in een vlammenzee opgaan en rende weer terug. Hij zag dat Vrul zichzelf ook had weten te bevrijden en kreeg een akelig vermoeden. Hij rende weer naar het pistool toe en richtte het op Vrul. Vrul, op zijn beurt, had een vlam tussen zijn handen en hield Biff daar ook mee onder schot. Zo stonden ze een halve minuut lang toen ze beiden gestommel hoorden. Pandar Koerk en zijn mannen kwamen de trap op en werden meteen neergeschoten en/of verbrand. Vrul sprak: “Mijn volk doet helpers geen kwaad. Ik maak je niet dood.” De twee mannen gaven elkaar een hand en verlieten het gebouw. Daarna gooide Biff het pistool in de gracht en hij nodigde Vrul uit wat bij hem te eten. Vrul ging op die uitnodiging in, en sindsdien zijn ze hele goede vrienden. Vrul legt nu elke zaterdag uit hoe je een goed mens wordt en dan leert Biff aan Vrul hoe je Bach kunt waarderen. Op dit moment ziet het er naar uit, dat ze lang en gelukkig zullen leven, maar dat weet je natuurlijk nooit zeker.
En Zaffi-Zaffi? Die is zo woedend dat hij Vrul zijn Rubakaikrachten heeft ontnomen.
© Clippende tijger 2009
