Karelhak en meneer Frok: Het Gesprek

Karelhak komt de kamer binnengelopen.
“Waarom heeft u de stoel kapot gemaakt?” vraagt hij.
“Hallo, Karelhak. Ik denk dat u zich vergist. Ik heb de stoel namelijk niet kapot gemaakt.”
“Luister, meneer Frok. U weet net zo goed als ik dat u de stoel wel degelijk kapot heeft gemaakt. Het bewijs ligt om de hoek.”
“Het bewijs? Wat voor bewijs?”
“Een kapotte stoel.”
“Maar een kapotte stoel is enkel het bewijs voor de stelling dat de stoel kapot is en steunt geenszins de beschuldiging aan mijn adres. Karelhak, ik vind het niet prettig om op zo’n manier bejegend te worden.”
“Dan had u de stoel maar heel moeten laten, meneer Frok.”


“Karelhak, u bent een lul.”
“Ho ho ho! Dáár vergist u zich, meneer Frok. Ik ben namelijk helemaal geen lul.”
“Uit het zojuist gevoerde gesprek kan ik feilloos afleiden dat u wel een lul bent, Karelhak.”
“Maar neen, meneer Frok. U slaat de plank volledig mis. Ik heb vorige week nog een gesprek gehad met mijn broer, welke heeft kunnen concluderen dat ik juist een heel aardige jongen ben. Geen eikel. Laat staan een lul.”
“Karelhak, beste man, ik weet natuurlijk wel dat u helemaal geen lul bent. Al dat gescheld was enkel maar een poging u te doen realiseren dat het heel onprettig kan zijn als iemand iets over je zegt dat helemaal niet waar is. Ik heb beweerd dat u een lul bent, maar dat is dus helemaal niet zo. Dat heeft u als naar ervaren. Op dezelfde manier heb ik het als naar ervaren dat u mij ervan beschuldigd heeft de stoel kapot gemaakt te hebben. U kunt mij geloven als ik zeg dat ik de stoel heel heb gelaten.”
“Ik geloof u. Het spijt me dat ik u niet vertrouwde. Ik zal nu weggaan.”
“Dag, Karelhak.”
“Dag, meneer Frok.”

Karelhak verlaat de kamer.*

* Meneer Frok had de stoel dus mooi wel kapot gemaakt…

© Blaffende Hond 2008

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren.